Een speler die goed kan dribbelen vindt oplossingen in krappe ruimtes en zorgt voor verassingen op het veld.
Een speler die goed kan dribbelen vindt oplossingen in krappe ruimtes en zorgt voor verassingen op het veld.

Vijf tips voor meer balcontrole bij dribbelen

Een goede dribbeltechniek is belangrijk voor de beginnende voetballer. Van daaruit kan worden gewerkt aan het passen en trappen. Met deze tips leg je de basis voor uitstekende dribbelvaardigheden

Eerder schreven we bij Spond al een pleidooi voor meer dribbelen in het pupillenvoetbal. Waarom? Omdat coaches vaak de nadruk leggen op passen en trappen. Een team dat goed en tactisch samenspeelt, is de tegenstander te slim af en wint misschien wel meer wedstrijden, is het idee. Daardoor ontbreekt het bij veel spelers aan technische vaardigheden. En die vaardigheden zijn wel degelijk nodig; een speler die goed kan dribbelen vindt oplossingen in krappe ruimtes en zorgt voor verassingen op het veld. De grootste voetbaltalenten ter wereld (denk Messi) kunnen dribbelen en pingelen als geen ander.


Tips voor betere dribbelvaardigheid

Dribbelen kan een uitdaging zijn. Je moet gebruik maken van verschillende delen van beide voeten. Met voldoende dribbeloefeningen voelt dat steeds natuurlijker aan. Je blijft in balans en behoudt balcontrole tijdens het rennen. Met deze vijf tips verbeter je je dribbelvaardigheden en haal je meer uit je oefeningen. 

1. Maak voorzichtig contact met de bal

Door de bal zacht aan te tikken, kom je vaker in contact met de bal. Dat is goed: meer aanrakingen betekent meer controle. In eerste instantie zal dat betekenen dat je wat vertraagt. Laat de snelheid even voor wat het is en blijf focussen op het aantikken van de bal. Zodra je daaraan gewend bent, kun je je snelheid verhogen terwijl je de controle over de bal behoudt.

2. Houd de bal dichtbij je voeten

Ook dit levert meer balcontrole op. Bovendien maak je het verdedigers moeilijker om de bal te onderscheppen wanneer deze zich vlakbij jouw voeten bevindt. Als je de bal tussen tussen de binnenkant van je voeten laat bewegen, zorg dan dat je knieën gebogen zijn. Sta je tegenover de tegenstander? Zorg er dan voor dat je je lichaam tussen de bal en de verdediger houdt. 

3. Gebruik de bovenkant van je voet om de bal op te drijven

Wil je de bal zo snel mogelijk over het veld verplaatsen? Gebruik één voet dan voor het rennen, en houd met de bovenkant/voorkant van je andere voet de controle over de bal. 


Dit geldt niet voor afwijkende situaties, bijvoorbeeld wanneer je pauzeert of van richting verandert. Gebruik deze techniek wanneer je de bal van A naar B wil brengen, met zoveel mogelijk controle en snelheid. 

4. Houd de onderkant van je blikveld gericht op de bal 

Veel beginners hebben de neiging om hun ogen op de bal te richten wanneer ze aan hun dribbelvaardigheden werken. Bij het uitvoeren van oefeningen moet je echter de routine ontwikkelen om de bal aan de onderkant van je blikveld te houden terwijl je aan het leerproces begint. 


Hierdoor houd je ook de rest van het veld in zicht, waardoor je bijvoorbeeld vrijstaande teamgenoten en gaten in de verdediging van je tegenstander kunt zien. 

5. Gebruik je lichaam om de bal te beschermen

Je kunt je hele lichaam gebruiken om de bal te beschermen wanneer een verdediger in de buurt komt. Gebruik je armen, benen en schouders om de verdediger weg te houden van de bal. Zorg dat je tussen de verdediger en de bal zit. Je kunt ook proberen om de bal aan de voet te houden die het verst van de verdediger verwijderd is.

Terug
Andere content